Voor de glastuinbouw is de beschikbaarheid over voldoende zoet water van essentieel belang. Daarnaast worden er ook hoge kwaliteitseisen aan het irrigatiewater gesteld. Oppervlaktewater is voor veel gewassen om kwaliteitsredenen ongeschikt. Voor drinkwater geldt hetzelfde. Regenwater daarentegen voldoet vaak wel aan de vereiste kwaliteitseisen. 
Opslag van regenwater in bassins is daarom al vele jaren gebruikelijk. De bassins hebben echter maar een beperkt volume en nemen schaarse ruimte in beslag: ruimte die niet meer gebruikt kan worden voor andere winstgevende doeleinden.

De klimaatverandering zorgt voor langer aaneengesloten droge perioden. Hierdoor neemt de druk op de zoetwater beschikbaarheid voor de tuinbouw in de toekomst toe. Op dit moment wordt er nog veel gebruik gemaakt van omgekeerde osmose om aan voldoende zoet water te komen. Hierbij wordt (zout) grondwater opgepompt en ontzilt. Het zoute restproduct (brijn) wordt vaak diep in de ondergrond gepompt. Dit is echter in strijd met Europese regelgeving omdat de lange termijn gevolgen niet duidelijk zijn.

Dit brengt voor de tuinbouwsector grote uitdagingen met zich mee om ook op langere termijn te kunnen blijven voorzien in voldoende kwalitatief goed gietwater. Een mogelijk alternatief vormt toepassing van ondergrondse opslag van zoetwater. Hierbij vinden geen brijnlozingen meer plaats en wordt geen dure bovengrondse ruimte verspeeld.
Wanneer regenwater wordt opgevangen en ondergronds opgeslagen blijft het beschikbaar voor drogere periodes. Hierbij kan de oppervlakte onder de kas worden benut. Ook kunnen verschillende tuinders gebruik maken van één zoetwaterbel, waarbij de verschillen in watervraag optimaal uitgebuit kunnen worden.

Daarnaast liggen er kansen in het verminderen van wateroverlast doordat tuinders er baat bij hebben zoveel mogelijk regenwater in de bodem op te slaan en zo min mogelijk te lozen op het oppervlaktewater. Hierdoor vermindert de piekbelasting op het regionale watersysteem.

Lees meer: