Ondergrondse Waterberging (OWB) kan een belangrijke bijdrage leveren aan de gietwatervoorziening van de glastuinbouw en het beperken van wateroverlast in het Westland.

Dat is de belangrijkste conclusie uit de in opdracht van provincie Zuid-Holland en Hoogheemraadschap van Delfland door KWR Watercycle Research uitgevoerde verkenning “Potenties ondergrondse waterberging in het Westland; Kansen voor gietwatervoorziening en beperken wateroverlast” naar de mogelijkheden om het gebiedseigen zoete water, zoals het hemelwater, langer vast te houden en beter te benutten.

Ondergrondse waterberging draagt bij aan duurzame gietwatervoorziening
Door het winteroverschot aan hemelwater op te slaan in de (diepe) ondergrond, wordt het aanbod van gietwater voor de glastuinbouw in de zomer vergroot. Dit betekent dat er minder brak/zout grondwater behoeft te worden ontzilt en er een reductie van brijnlozingen in de bodem plaatsvindt.

In principe is de ondergrond van het Westland vanwege het zoute grondwater maar 'matig geschikt' voor het toepassen van ondergrondse opslag van zoetwater. Door de ontwikkeling van nieuwe putsystemen kan echter een acceptabel terugwinrendement (orde: 60%) aan zoet water worden verkregen. Daarbij is de schaalgrootte wel van groot belang: deze moet 25- 75 hectare zijn. Bij kleinschaliger toepassingen mengt een te groot deel van de gevormde ‘zoetwaterbel’ zich met brak/zout grondwater.

Beperken wateroverlast door diepinfiltratie
Het Westland heeft nog een waterbergingsopgave. Uit de verkenning blijkt dat het ondergronds bergen van hemelwater ook een bijdrage levert aan het beperken van wateroverlast. Interessant is vooral de combinatie om de opslag van zoet water voor de glastuinbouw te koppelen aan diepinfiltratie van water om wateroverlast te beperken.

Normaal gesproken hebben tuinders belang om het waterpeil in gietwaterbassins zo hoog mogelijk te houden om hemelwater zo efficiënt mogelijk te benutten. Door water in de ondergrond te injecteren komt aan de ene kant meer bergingsruimte beschikbaar in de gietwaterbassins waardoor het oppervlaktewatersysteem hevige neerslag minder wordt belast, terwijl aan de andere kant de tuinder een voorraad in de bodem aanlegt die hij in droge perioden weer deels kan aanwenden.

Geadviseerd wordt pilot(s) uit te voeren waarbij vooral wordt ingezet op verbreding en bijdrage aan meerdere doelen, het uittesten van de bijdrage aan het beperken van wateroverlast. Daarbij wordt onder andere gedacht aan:

  • Beschikbaarheid van zoet water voor de gietwatervoorziening en (doorspoeling/suppletie van het) oppervlaktewatersysteem
  • Het beperken van wateroverlast en het afkoppelen van verhard oppervlak
  • Een combinatie van aanvullende waterbronnen (bijvoorbeeld andere bedrijven, gebouwen en gezuiverd effluent

                 

Meer info

Hoogheemraadschap van Delfland      Mia Suss 
Provincie Zuid-Holland Erik de Haan
KWR Watercycle Research  Marcel Paalman

 

12 februari 2015